De communicatielijnen tussen school en thuis zijn op onze school bijzonder kort. De mentor heeft veelvuldig contact met ouders/verzorgers. In de eerste klas krijgt dat gestalte door het huisbezoek dat de mentor aan het begin van het schooljaar bij al zijn leerlingen aflegt.
Trotsmap
Wij willen graag dat iedere leerling zicht houdt op zijn persoonlijke ontwikkeling en zich daar verantwoordelijk voor voelt. Daarom houdt hij of zij vanaf leerjaar één zelf een trotsmap bij. Daarin verzamelt hij/zij alle ‘bewijzen’ die zijn ontwikkeling en de voortgang daarvan documenteren.
Trots
In de trotsmap zitten naast toetsen, werkjes en dingen waar de leerling trots op is, ook de volgkaarten. Aan het einde van ieder thema krijgt een leerling voor ieder vak zo’n volgkaart. Op deze kaart geeft de expert aan welke resultaten de leerling heeft gehaald voor een bepaald vak.
Deze trotsmap vormt een belangrijk uitgangspunt voor de gesprekken met de mentor of coach en deze neemt de leerling ook mee naar huis om hem aan zijn ouders te laten zien. De mentor of coach checkt vervolgens of dat ook daadwerkelijk gebeurt en daarmee is de cyclus rond.
Woordrapport
Naast de trotsmap krijgt elke leerling enkele keren per schooljaar een woordrapport mee, waarin naast cijfers en beoordelingen (rubrics) ook een geschreven toelichting van de mentor of coach op de persoonlijke ontwikkeling en de voortgang van de studieresultaten staat.
Ontwikkel- en beoordelingsgesprek
Behalve in situaties, waarin een gesprek met ouders/verzorgers gewenst is, voert de mentor in februari een ontwikkelingsgesprek met zijn/haar leerlingen en hun ouders/verzorgers.
Vanaf het 2e leerjaar zal ook aan het begin van ieder leerjaar een ontwikkelingsgesprek worden gehouden met de leerling, ouders en mentor.
De basis van dit gesprek vormen de actiepunten uit het vorig leerjaar. Na de tweede klas worden de leerlingen geplaatst in een vmbo basis/kader klas, een vmbo-t klas of een havo/vwo klas. Op onze school kunnen leerlingen in leerjaar één en twee niet blijven zitten.